Staal Spelling

Op school wordt gebruik gemaakt van de methode Staal Spelling. Deze methode is gebaseerd op het aanbieden van spellingscategorieën zoals José Schraven deze heeft ontwikkeld. Aan de hand van categorie nummers leren de leerlingen delen van woorden herkennen om deze op de juiste manier te kunnen schrijven.

Naast de spelling instructie die de leerlingen op vrijdag krijgen, krijgen de leerlingen 3 keer per week een oefendictee om de categorieën onder de knie te krijgen.

Kaart met de categorieën van Staal Spelling

  1. Hakwoord: Ik schrijf het woord zoals ik het hoor.
  2. Zingwoord: Net als bij ding dong.
  3. Luchtwoord: Korte klank + cht met de ch van lucht behalve bij hij ligt, hij legt, hij zegt.
  4. Plankwoord: Daar mag geen g tussen.
  5. Eer-oor-eur woord: eer-woord, ik schrijf ee; oor-woord, ik schrijf oo; eur-woord, ik schrijf eu; eel-woord, ik schrijf ee.
  6. Aai-ooi-oei woord: Ik hoor de j, maar ik schrijf de i.
  7. Eeuw-ieuw woord: Ik denk aan de u.
  8. Langermaakwoord: Ik hoor een t aan het eind, dus langer maken. Ik hoor of ik d of t moet schrijven. Langermaakwoord (2): Eind-b rijtje, dus langer maken. Ik hoor dat ik een b moet schrijven.
  9. Voorvoegsel: Ik hoor de u, maar ik schrijf de e.
  10. Klankgroepenwoord: Klankgroep is… Laatste klank is …Dat is een 2-tekenklank of medeklinker, dan schrijf ik het woord zoals ik het hoor.  Dat is een korte klank, dan schrijf ik de … dubbel. Dat is een lange klank, dan gum ik een stukje van de … weg.
  11. Verkleinwoord: Grondwoord is … Dat is een … woord. Dan –je, -tje, -pje erachter. Ik hoor de u, maar ik schrijf de e.
  12. Achtervoegsel –ig: Ik hoor ug, maar ik schrijf ig. Achtervoegsel –lijk: Ik hoor luk, maar ik schrijf lijk.
  13. Kilowoord: Ik hoor de ie, maar ik schrijf de i.
  14. Komma-s woord: Eerst de komma, dan de s.
  15. Centwoord: Ik hoor de s, maar ik schrijf de c.
  16. Komma-s meervoud: Meervoud en lange klank aan het eind: komma s behalve bij ee.
  17. Politiewoord: Ik hoor tsie, maar ik schrijf tie.
  18. Colawoord: Ik hoor de k, maar ik schrijf de c.
  19. Tropisch woord: Ik hoor ies, maar ik schrijf isch.
  20. Taxiwoord: Ik hoor ks, maar ik schrijf x.
  21. Chefwoord: Ik hoor sj, maar ik schrijf ch.
  22. Theewoord: Ik hoor de t, maar ik schrijf th.
  23. Caféwoord: Met een streepje op de é.
  24. Cadeauwoord: Ik hoor oo, maar ik schrijf eau.
  25. Routewoord: Ik hoor oe, maar ik schrijf ou.
  26. Garagewoord: Ik hoor zj, maar ik schrijf g.
  27. Lollywoord: Ik schrijf de Griekse y.
  28. Tremawoord: Puntjes op de …

AU​-plaat

EI​-plaat

Links naar websites voor spelling